Interne parasieten bij de kat
Naast de infectie met externe parasieten als vlooien, luizen of ringworm, kunnen katten vanaf het prille begin worden geïnfecteerd door interne parasieten, als wormen (helminthes) of microben die protozoën heten. De frequentie van helminthes of wormen in de ingewanden is moeilijk te schatten, en de verschillende onderzoeken tonen grote variaties aan. De katten die in een landelijke omgeving leven hebben meer parasieten dan de katten uit de stad. De dieren die buiten komen hebben ze meer dan die, die binnenshuis leven. Tenslotte zijn de jonge dieren gevoeliger en ontvankelijker dan de volwassen dieren. Het is dus mogelijk twee categorieën katten te onderscheiden die wormen zouden kunnen hebben : kittens vanaf de geboorte tot tien maanden in de fokkerij of als ze net gekocht zijn en katten die naar buiten gaan en in een landelijk of voorstedelijk milieu leven (woonwijken met tuinen). Een onderzoek dat in 1996 werd uitgevoerd heeft aangetoond dat gemiddeld één kat of de vijf geïnfecteerd was door wormen, één op drie als het katjes zijn van minder dan één jaar. De voornaamste parasitaire wormen zijn de ascariden (spoelwormen Toxocara cati) en de ankylostomen (mijnwormen) bij de ronde wormen en bepaalde lintwormen, waaronder de Dipylidium bij de lintwormen.
Voorkomen van wormbesmettingen
Gezien hun pathogene of ziekteverwekkende rol moet men erop letten dat het besmettingsrisico door de wormen voor katten vanaf zeer jeugdige leeftijd beperkt wordt :
- de kittens moeten ontwormd worden op de leeftijd van 4,6 en lees meer over Interne parasieten bij de kat



