Zelf eieren uitbroeden met de broedmachine
De temperatuur moet gedurende de
hele broedperiode ongeveer 37, 7° C of 100° F bedragen. Als de temperatuur boven de 40°C stijgt, zullen de eieren waarschijnlijk niet meer uitkomen. En als de temperatuur onder de 33°C daalt, komen de kuikentjes waarschijnlijk een dag later uit.Tijdens het broeden bedraagt de
vochtigheid de hele tijd ca. 50%. Als de vochtigheid te hoog is, zal de luchtkamer van de eieren te klein zijn en als hij te laag is, wordt de luchtkamer dus ook te groot. De vochtigheid moet de laatste twee dagen ca. 70% zijn en bij het uitkomen liefst nog hoger. De eieren moeten minstens
drie keer per dag worden
gekeerd, zodat de eidooier mooi in het midden van het ei blijft en het zich ontwikkelende kuiken niet tegen het eivlies blijft hangen. Dit zal de uitkomst van de eieren beïnvloeden. Tegen het uitkomen van de eieren moet het keren worden gestopt. Dit is drie dagen voor de uitkomst.
Het
schouwen doe je best met een felle zaklamp met een smalle lichtbundel of een gewone lamp in een schoendoos waar je in het deksel een klein gat gemaakt hebt. Vanaf de vijfde dag kan men al zien of de eieren bevrucht zijn. Als ze bevrucht zijn, merk je in het midden van de eieren een spinvormig dingetje. Dit zijn de beginselen van het kuikentje (bloedvaten,…) Niet- bevruchte eieren kan je best uit de
broedmachine verwijderen, i.v.m.
lees verder