De brahma
De brahma is een van de grootste hoenderrassen. Hij ziet er erg statig en imposant uit door zijn kop en gestalte, een goede brahmakip moet immers zo groot mogelijk zijn en staat hoog op de poten. Ze zijn over het volledige lichaam rijk bevederd en van veel dons voorzien. De poten bezitten een niet reeds te weelderige voetbevedering en zachte, naar achter gerichte hakveren.
Men fokt ze zowel in groot als krielformaat. Hoewel de brahma er door zijn wenkbrauwen nogal kwaad uit ziet, is het juist een heel trouw en vriendelijk ras dat gemakkelijk tam wordt. Hij heeft een drierijige erwtenkam waarvan de middelste rij iets hoger is dan de twee buitenste. Bij hanen is deze kam het duidelijkst te zien, want bij de hen mag deze niet groot zijn. De ogen zijn oranjebruin van kleur en hebben een krachtige blik, die versterkt wordt door de overhangende wenkbrouwen. Onder de kin bevindt zich, apart van de levendig rode lellen, duidelijk een keelwam. Brahma's hebben een middelmatige pootbevedering. Deze zit aan de middelste en derde teen. Het komt dikwijls voor dat de nagel van die derde teen afwezig of niet genoeg ontwikkeld is. De staartveren vormen een mooie omgekeerde 'v' vorm.
De kuikens
Het is bij zware rassen als de brahma dikwijls erg moeilijk om de hanen- van hennenkuikens te onderscheiden. Voor een fokker is het van belang dat zo snel mogelijk te kunnen, om op tijd te kunnen selecteren. Het volgende heb ik bemerkt bij (vooral grote brahma-) hennen- en hanenkuikens van ongeveer 3 - 5 weken oud:
Hennekuikens
- trager bevederd, en dus harder, "knokiger"
- langere, minder harde staart, naar achter gericht
- kleiner en smaller
- zeer klein, lichtroze kammetje
Hanenkuikens
- vlugger bevederd, daarom zacht bij vastnemen
- klein staartje dat meer omhoog wijst
- beetje groter, hogere poten, breder en stevig gebouwd
- opvallendere, iets rodere, kam en lellen


