Oogonderzoeken
Gezichtsvermogen
Honden zien de wereld rondom zich anders dan dat wij ze waarnemen. In het netvlies (achteraan in de oogbol) zitten er staafjes en kegeltjes. Honden hebben een netvlies met overwegend staafjes. Deze laatste nemen vooral beweging waar en worden ook gebruikt om te zien bij niet veel licht. De kegeltjes dienen voor kleur-waarneming en het zien van details. Wat kleuren betreft zien honden als mensen die rood-groen kleurenblind zijn (dichromatisch). Ze zien blauw-violet en geel. Ze kunnen ook veel meer grijstinten onderscheiden. Maar een hond herkent zijn baasje toch vooral op basis van beweging, geur en gehoor. De ogen van een hond staan minder recht naar voor gericht dan bij de mens. Hierdoor hebben ze een breder gezichtsveld. Wel met minder overlapping zodat ze minder diepte-zicht hebben. Dan is er ook nog een variatie in het gezichtsvermogen volgens het ras. Labradors o.a. zouden erg goed zien. Samenvattend kunnen wij zeggen dat honden beter in het donker zien dan wij. Ze kunnen ook meer beweging waarnemen. Wij, daar en tegen, zien beter kleuren (trichromatisch) en meer details.
Gonioscopie
Bij gonioscopie bekijken wij de irido-corneale hoek (drainage hoek) van het oog. Deze filtratie-hoek ziet eruit als een netwerk van weefselstrengen. In het normale oog is er een evenwicht tussen aanmaak en afvoer van de gevormde waterige oplossing. Voortdurend wordt er een soort waterige oplossing gevormd in het oog, maar deze wordt ook voortdurend terug afgevoerd. Bij een aantal rassen is er reeds vanaf de geboorte een afwijking aan deze drainaige-hoek. Hiertoe behoren o.a. de Amerikaanse en Engelse Cocker, Bouvier, Basset en nog vele andere. Hoe gebeurt nu het gonioscopisch onderzoek? Eerst wordt een druppel lokaal verdovend produkt op de oogbol aangebracht. Daarna zetten wij een soort contact-lens (gonio-lens) op het hoornvlies. Deze lens ziet eruit als het hoofdje van een paddestoel met een dun slangetje eraan. Via dit slangetje wordt een vacuum gecreëerd zodat de lens beter op de oogbol blijft vastzitten gedurende het onderzoek. D.m.v. de spleetlamp kijken wij door de contactlens en kunnen zo beoordelen of de filtratie-hoek genoeg open is. Althans wat het oppervlakkige deel betreft. Afwijkingen dieper in de filtratie-hoek kunnen zo niet worden waargenomen. Dit is onder andere het geval bij de Beagle, en bij drukstijging wordt dan lees meer over Oogonderzoeken


