Keuren op de kwekerij?
Op Schiphol worden de vissen naar het dierenhotel gebracht. Hier moet er gewacht worden op de papieren rompslomp en de keuring op ziektes. Tijdens de koi-show in Arcen hoorde ik een koi-dealer vertellen dat reeds z'n geïmporteerde vissen gezond binnenkwamen, want ze werden gezond verklaard door de geneeskundige dienst van Schiphol. Onzin, in de praktijk stelt zo'n keuring niet veel voor. Ze maken een doos open, trekken de zak eruit en houden hem tegen het licht om de vissen te kunnen bekijken. Het enige wat ze op deze manier kunnen zien, zijn beschadigingen en misschien een paar grote parasieten. De vissen met kleine parasieten en ziekteverwekkende bacteriën komen gemakkelijk door de keuring heen.
Jammer, de geneeskundige dienst kan veel beter met regelmaat de viskwekers in het buitenland bezoeken en daar keuren. Dan pas zien ze wat er werkelijk aan de hand is. Bij deze periodieke controles kunnen dan een willekeurig gekozen vis worden onderzocht door een laboratorium. Ook kan men dan een sanitaire bedrijfskeuring verrichten; speciaal gericht op de hygiënische aspecten die van belang zijn voor de gezondheid van de vissen. Men zou dan een goede kwekerij een exportcertificaat kunnen geven. Zo'n certificaat staat dan garant voor de gezondheid van de vis. Wanneer de vissen eenmaal bij de groothandel zijn aangekomen, wordt voor acclimatisering zorggedragen. Dode en zieke vissen worden verwijderd. Op bestelling worden ze na enkele weken doorgeleverd aan de detaillisten. Weer hetzelfde rijtje: inpakken, uitpakken, acclimatiseren enz., enz.
Zoals u hebt gezien, hebben de goudvissen heel wat meegemaakt en veel stress-situaties doorstaan. In het gunstigste geval worden ze door u gekocht en in een goed gefilterde vijver losgelaten. In het ergste geval komen ze in een martelkom terecht, waar ze iedere dag weer een zware overlevingsstrijd moeten leveren. Ondanks alle strategieën die een goudvis hiervoor tot zijn beschikking heeft, houdt hij dit nooit lang vol. Natuurlijk zijn er handelaren die dit prachtig vinden. De dode goudvissen moeten immers vervangen worden. Maar er zijn ook handelaren, onder wie ik, die van deze praktijken balen. Ze zouden de goudvissenkom het liefst in een museum zien, ter herinnering aan de tijd waarin mensen nog niet beter wisten.
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



