Glasspecialist Filip wist mij te overtuigen een gat in de bodem te boren (alsof ‘t was in de boter voor hem!), en onder mijn aquarium een bioloog te zetten. Alles herplakt als nodig en terwijl hij droogjes stond, de achter- en zijwanden voorzien van een decoratieve schuimwand. Enkele honderden kilo’s zand en grote maanrotsen vormden het decor als het er nu nog altijd bijstaat. Met wat entmateriaal van goed draaiende bakken en veel geduld stond de bak na een veertiental dagen klaar om bevolkt te worden. Romain (weeral) had mij volgende populatie gesuggereerd:
- een tiental tropheussen;
- vier Julidochromi regani;
- vijf simili’s.
Zelf kocht ik bij Filip nog een dertigtal jongen van Cyprochromis leptosoma en bij Etienne zes melagonesi’s kwestie van de bodem een beetje om te woelen. Om het geheel niet reeds te veel te laten overwoekeren van algen kwamen tenslotte nog een paar Ancistrussen de familie vervolledigen. De vissen groeiden als kool en algauw liet de eerste nakweek zich zien. De simi’s waren precies reeds zo goed op mekaar getraind dat ze zo goed als géén aanpassingsperiode hoefden. Omdat deze visjes nogal een groot territorium vormden (bijna 1/3 van de bak), besloot ik deze te verhuizen naar een kleinere bak, alleen voor hen. Meteen stond er een tweede bak in onze huiskamer (weer één van 80 cm). Ook de lepto’s hebben zich reeds meerdere keren vermenigvuldigd. Voor die baby’s heb ik een kraamkliniek ingericht boven mijn grote bak. Een dompelpomp en een eenvoudige overloop voorzien deze bak de volledige tijd van vers gefilterd water uit de bioloog. De overloop komt dan weer terecht in het "vuilcompartiment". Een derde bak is ingericht!
Voordelen: water, licht, warmte en verversing lopen identiek met de grote, wat overplaatsen van jongen mogelijk maakt zonder gewenning. Ook de melagonezen laten zich niet kennen en hebben reeds verschillende keren afgezet, maar totnogtoe niets "afgewerkt". Van de regani’s daarentegen zijn reeds verschillende nakomelingen bij ander liefhebbers terechtgekomen. Bleef nu enkel nog wachten op tropheusbaby’s. Met het volwassen worden van de bemba’s bleek ik een toch niet ideale m/v -verhouding te bezitten. Zes mannen strijden de volledige tijd om de gunst van drie vrouwen (één Tropheus is op volwassen leeftijd gestorven, ze moesten dus met negen verder...). De vrouwen hadden blijkbaar keuze teveel en konden niet beslissen (?).
Geduld bleek het enige advies van Romain. En zie... na ongeveer anderhalf jaar werden de eerste eieren afgezet. Twee dagen achteraf was van krop niets meer te bespeuren! Vrij snel daarop volgde een tweede vrouwtje het goede voorbeeld. Het was uiteindelijk mijn "achterkomerke" dat het eerst met jongen voor de dag kwam. Ze heeft ze niet minder dan zeven (!) weken opgekropt maar daarna uitgespuwd zonder er nog naar om te kijken. Ik heb trouwens nog bij géén enkele geboorte enig vertoon van broedzorg gemerkt, ‘t zijn blijkbaar geen moeders meer als vroeger... Op dit ogenblik ben ik wel de trotse bezitter van een flink aantal jongen van diverse formaten. Ze blijven allemaal bij hun ouders en worden goed opgenomen in de groep.
Mijn 80 cm bak werd ondertussen heringericht en bevolkt met zes eretmodussen en zes flavipinissen. Daar zwemt op dit moment van iedere soort een toekomstig moedertje bij. We zijn op dit moment met verlof en mijn diertjes worden goed verzorgd door een familielid. Ik ben reeds benieuwd naar het resultaat van de zwangerschap. Zo zie je maar, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en eens interesse, altijd interesse is hier zeker van toepassing. Ik had de oproep eens een artikel te schrijven altijd serieus genomen, maar nog nooit de tijd gevonden dit te doen. We zijn nu vijf jaar (en evenveel ervaring verder) en ik besloot er nu toch vooraf eens werk van te maken. En gezien wij nu toch met "vakantie" zijn, en lekker lui aan ‘t zwembad niets liggen te doen...
Nog enkele technische gegevens:
Behalve de bioloog beschik ik ook nog over een droogfilter boven het aquarium. Deze voorziet het water van véél zuurstof (O2) en neutraliseert eveneens de aanwezige nitraten. Een electronische lichtdimmer zorgt ervoor dat dag en nacht zo natuurgetrouw mogelijk in mekaar vloeien. Het voedingspatroon voor mijn visjes: ‘s middags spirulina en ‘s avonds diepvriesvoer ( artemia, cyclops, witte muggenlarven en mysis).
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief
Belangrijkste keywords voor Van schildpad tot Tanganjika... : bak, één, water, zes, besloot, stond, jongen, cm, had, ‘t, interesse, , houten, ondertussen, ...


