Sociaal gedrag
Indien u beslist om twee cavia’s te houden, kunt u beter twee zeugjes nemen. Het is eigenlijk mogelijk om twee beertjes tesamen te houden, maar dan moeten ze wel tesamen zijn opgegroeid. In het andere geval hebt u veel mogelijkheid dat ze zullen vechten, wat kan leiden tot ernstige bijtwonden. Twee zeugjes kunnen ook wat kibbelen, maar daar blijft het meestal wel bij. Als u een beertje en een zeugje tesamen wil houden, kunt u zich beter voorbereiden op een mogelijk dracht en kleintjes. Cavia’s vluchten bij de minste of geringste onraad, waarbij de groep kan "exploderen". Vlak voor de schuilplaats kan het dier bevriezen, om er pas op het laatste moment in te verdwijnen.Kleintjes op komst?
Drachtige zeugjes zijn meestal in staat een gezond nestje op de wereld te zetten met een minimum aan zorg, aangepast dieet en aandacht van de eigenaar. Gedurende de laatste 14 dagen van de dracht kunt u wat extra glucose (=enkelvoudige suiker) (onder de vorm van honing bijvoorbeeld) aan het drinkwater van uw diertje toevoegen. Zorg er ook voor dat de dieren zo niet veel mogelijk worden gestresseerd en voorzie wat extra vitamine C. Een propere kooi, veel beweging en extra voorzichtigheid bij het hanteren van het dier laten het zeugje toe een gezond nestje voort te brengen. Cavia’s maken geen nest, maar verschuilen zich graag in hooi, dat dus ook beschikbaar moet zijn. Het beschermt bovendien de pasgeboren jongen tegen afkoeling. Pasgeboren cavia’s zijn volgroeid in tegenstelling tot andere knaagdieren. Het zijn nestvlieders. Een normale worp is bestaat meestal uit 3 of 4 jongen, maar worpen van meer dan 6 jongen komen voor. Bij de geboorte zijn de jongen reeds behaard; de ogen zijn open en het gebit ontwikkeld. Het zeugje geeft de jongen melk gedurende 2 tot 3 weken, maar kort na de geboorte kunnen de jongen reeds vast voer opnemen en water drinken. Hoewel het zeugje maar één paar tepels heeft, kan ze goed nesten van 3 tot 4 jongen groot brengen.Ziekte en gezondheid
Om de dieren in optimale conditie te houden, dient u ervoor te zorgen dat de diertjes zich in een tochtvrije omgeving bevinden, dat het kooitje op geregelde tijdstippen wordt schoongemaakt, dat er iedere dag droogvoer, hooi en groenvoer of fruit wordt gegeven en dat er altijd proper water voorhanden is. Maar....zelfs met de beste verzorging kan uw diertje ook ziek worden... Wanneer uw cavia niet meer eet of drinkt, er vocht uit zijn/haar oogjes of neusje komt, een doffe en rechtstaande vacht of diaree vertoont, ademhalingsmoeilijkheden heeft, zich moeilijk kan voortbewegen, of andere abnormale gedragingen vertoont, is het beter bij de dierenarts langs te gaan. Intussen is het aangeraden wat extra vitamine C te voorzien en als uw diertje niet meer wil drinken, water te gevenEn tot slot...nog een aantal wetenswaardigheden en tips..
- Wees voorzichtig als u met uw diertje buiten gaat. Er zijn cavia’s, vooral de oudere diertjes, die wennen aan uw huis en omgeving en meestal (!) dicht bij het huis zullen blijven. Indien het diertje niet meer spontaan wil terugkomen of per ongeluk uit zijn/haar kooi is ontsnapt, jaag het dan niet achterna.Dit zal immers het diertje nog meer schrik aanjagen... Probeer het terug te lokken naar de kooi door de korreltjes dooreen te schudden in het voederbakje of andere geluidjes te maken die het diertje doen denken aan eten (bv. een papierzak open- en dichtdoen);
- De maximale levensverwachting van een cavia is 12 jaar, maar het diertje leeft gemiddeld 5 jaar. Cavia’s zijn sexueel rijp vanaf de leeftijd van 4 tot 6 weken. De dracht van deze diersoort duurt 59 tot 72 dagen.
- U kunt gemakkelijk zien of u te maken hebt met een beertje of een zeugje door met de vinger te drukken op het achterste deel van de onderbuik. Bij een beertje zal de penis naar buiten komen.
- Cavia’s zijn knaagdieren, en als hun neven en nichtjes de ratten, muizen ... groeien de voorste snijtanden hun volledige leven lang. Indien deze niet mooi recht zijn ingeplant tegenover elkaar, kan het nodig zijn om deze tanden bij te knippen. Ook de kiezen van deze diertjes kunnen verkeerd tegenover mekaar staan waardoor zogenaamde tandpunten ontstaan. Deze scherpe uitsteeksels kunnen prikken in de tong of wang, waardoor de diertjes pijn hebben bij het eten of moeilijk kunnen slikken. Indien u merkt dat uw diertje moelijk, niet veel of niet meer eet, vermagert, of veelvuldig speekselt is het echt belangrijk om zo vlug mogelijk de dierenarts te consulteren. De dieren worden immers alsmaar slechter en bij lang wachten kan het echt moeilijk zijn om ze nog te redden.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:www.vvd-dierenkliniek.be)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



