Weetjes over je huisdier
Koorts of niet?
Temperatuurstijging is een goede 'maatstaf' om direct dierenartshulp in te roepen ja en dan neen, wanneer het huisdier zich anders gedraagt dan normaal. Alleen moet je als eigenaar wel weten hoe je temperatuur moet nemen en wat de normale lichaamstemperatuur is. De normale temperatuur van hond en kat ligt hoger dan bij de mens en kent een grotere variatie: iedere temperatuur tussen de 38° en de 39° is normaal. De temperatuur moet steeds anaal genomen worden. Men kan dat met een normale thermometer doen, maar er bestaan ook fijne thermometertjes die makkelijker verdragen worden door dieren. Voor het inbrengen kan men best de thermometer wat glad maken met wat zeep. Neem steeds de temperatuur met 2 mensen. Bij de hond moet de helper de buik van het dier ondersteunen, zodat het dier niet kan gaan zitten wanneer er getemperatuurd wordt. Dit is immers een normale reactie van het dier wanneer ie irritatie voelt aan de aars. Bij de poes is een helper zeker nodig, want over het algemeen vindt poes temperaturen niet leuk. Poes wordt op de zijkant gelegd en gefixeerd door de helper (ev. handschoenen aandoen), terwijl de temperatuurnemer z'n 2 handen vrij heeft voor de handeling). De thermometer moet lang genoeg in de aars gehouden worden, zodat de exacte temperatuur verkregen wordt. Een te lage temperatuur (indien correct en lang genoeg genomen) is zeer ernstig en kan wijzen op shock. Een te hoge temperatuur wordt veroorzaakt door een infectie of pijn.
Een droge neus?
Veel eigenaars denken direct dat een droge neus bij hond of poes wijst op koorts en ziek zijn. Dit is niet helemaal correct. Bij koorts zal meestal, maar niet altijd, de neus droog zijn. Maar ook een perfect gezonde hond/poes heeft soms een droge neus, bijv. wanneer ze lekker geslapen heeft dicht bij een warmtebron, of gewoon wanneer de lucht in huis droog is. De neus is dus geen betrouwbare graadmeter ivm de gezondheid van het dier.
Wormen of niet?
Wanneer hond/poes met de aars over de grond schuurt - het zogenaamde "sleetje-rijden" - denkt de eigenaar dikwijls dat het dier wormen heeft. Dit is slechts gedeeltelijk waar. De gewone spoelworm (de meest voorkomende worm bij hond of kat) veroorzaakt geen jeuk aan de aars en zal de schuur-reflex niet uitlokken. Er is een type worm, nl. de dypillidium-lintworm (die wordt overgezet via de vlo) die wel jeuk kan veroorzaken, omdat de segmentjes aan en rond de aars blijven kleven. Deze worm is niet te verdelgen met de alle op de markt zijnde ontwormingsmiddelen: vraag info bij uw dierenarts. Een meer frequent voorkomende reden van het "sleetje-rijden" is een infectie of een overvuld zijn van de anaalklieren. Deze 2 kliertjes bevinden zich aan weerszijden van de aars en fabriceren een vloeistof die normaal bij het uitwerpselen maken geëvacueerd worden. Indien dit mechanisme spaak loopt, worden de klieren voller en voller wat tot irritatie of ontsteking kan leiden. Poes of hond reageert hierop door hardnekkig aan de staartbasis te knabbelen en/of sleetje te rijden. Bij de mannelijke hond met dat soort symptomen moet men ook denken aan de mogelijkheid van prostaatproblemen. Dit gaat meestal wel gepaard met andere symptomen die de eigenaar sneller zullen alarmeren dan het sleetje- rijden (oa pijn bij het uitwerpselen maken, bloed in de urine of moeilijk plassen).
Moet een teefje of kattin 1 keer jongen voor haar gezondheid?
Het antwoord is kort en bondig: neen! Men ziet net zoveel baarmoeder- of melkklierproblemen bij dieren die in hun jeugd een nestje hebben gehad als bij dieren die nooit hebben gejongd. Bij de hond is de verklaring simpel: hormonaal gezien kent een normale loopsheid zonder dracht of een loopsheid wel gevolgd door een dracht, ongeveer dezelfde fluctuaties : dus geen voor- of nadelen ivm hebben van een nest. Ook bij katten ziet met statistisch geen verschil in gezondheid tussen dieren die gejongd hebben of niet. Bij katten is het iets moeilijker na te gaan omdat de meeste kattinnen gewoonweg gesteriliseerd (gecastreerd) worden op jonge leeftijd. Men ziet wel dat er relatief niet veel borstkanker gezien wordt bij kattinnen die op jonge leeftijd zijn gecastreerd (na de eerste krolsheid) in vergelijking met kattinnen die niet gecastreerd zijn. Een tendens die ook bij teven gezien wordt. lees meer over Weetjes over je huisdier



