Kittens grootbrengen: niet van de poes!
Warmte
Een pup/kitten is zeer gevoelig aan onderkoeling, immers de vacht is bijna onbestaande, het relatief groot lichaamsoppervlak zorgt voor een intense warmteuitwisseling en de 'lichaamsthermostaat' werkt nog niet optimaal als bij volwassen dieren. Wanneer er een moederdier en nestgenoten zijn, geeft dit minder problemen : ze houden mekaar lekker warm, alhoewel zelfs in zulke normale omstandigheden, een warmte-lamp toch gewenst is. Het kleine ding op zichzelf moet dus zeker verwarming krijgen, het best via de rode warmte lampen.
Een ideaal 'nest' is een houten wijnkist met een dikke laag krantenpapier op de bodem met daar bovenop een laken. Het hout geeft een warme, tochtvrije beschutting, het diertje kan dankzij de wanden niet uit het nest wegrollen en zodoende in de kou terecht komen. De warmte-lamp is nodig zowel overdag als 's nachts tot het diertje zo'n week of 4 is, daarna is bijverwarming nodig 's nachts, eventueel overdag afhankelijk van de verwarmingssituatie in huis.
Rust
Net als kleine mensjes hebben ook kleine diertjes hun rust broodnodig. Let dus goed op : voor kinderen is zo'n pup/kitten onweerstaanbaar en ze zullen het diertje te pas en te onpas wakker maken, knuffelen en storen. Dit moet zeker vermeden worden. Het diertje moet enkel wakker gemaakt worden voor de voeding, tussen 2 eetbeurten in laat u het slapen. Zorg ook dat het 'nest' niet op drukke plaatsen van het huis staat, een rustig schemerig hoekje is het best.
Voedsel
Dit hoofdstuk geeft de meeste problemen en is de echte struikelblok in de verzorging van de moederloze. Een eerste moeilijkheid: heeft het pupje/kitten de biestmelk gedronken of niet. De biestmelk is de eerste melk die de moeder produceert en bevat tal van afweerstoffen die het jonge ding bij de eerste zuigbeurt binnen krijgt. Deze afweerstoffen verdedigen het jong de eerste paar weken tegen verschillende ziekten. Deze biest is door niets te vervangen. Als het jong het niet heeft gezogen, zijn de overlevingskansen beduidend kleiner. Daarna de echte melkvoeding : er zijn nu zeer goede melkvervangers op de markt, die de kwaliteit van katten- of hondenmelk sterk benaderen (te koop bij dierenarts of apotheek). Deze melk wordt verkocht onder de vorm van poeder dat moet opgelost worden in gekookt afgekoeld water (temperatuur van 38 °C). Het jong moet om de 3 à 4 uur gevoed worden (ook 's nachts) met een pipet kunstmelk. De hoeveelheid geeft het jong perfect aan : het zal zuigen tot ie genoeg heeft gehad voor de lopende voederbeurt.
Zeer belangrijk is het lees meer over Kittens grootbrengen: niet van de poes!


