Zindelijkheidstraining bij honden: hoe het wél en niét moet...
Hoe het niet moet...
Eén van de voornaamste zaken die u in verband met (zindelijkheids)training moet weten, is dat u honden nooit achteraf mag bestraffen. Een hond brengt uw reactie alleen in verband met iets dat op hetzelfde moment gebeurt. Hij is niet in staat om uw gemopper te koppelen aan iets dat 10 seconden of langer geleden gebeurde.
Sommige mensen denken dat hun hond wel degelijk weet dat hij kort daarvoor iets stouts heeft gedaan, omdat de hond zich dan zo 'schuldig' gedraagt. Dit is niet het geval, maar ontstaat alsvolgt. Stel dat u even de kamer uit was, u komt binnen en ziet dat de hond een plasje op het kleed gedaan heeft. U moppert op de hond, misschien sleept u hem zelfs naar de plaats van het 'ongeval' toe. Neemt u van ons aan: uw hond begrijpt hier helemaal niets van! Het enige dat de hond hiervan heeft geleerd, is dat u plotseling boos kan worden. Daarom zal de hond, de volgende keer dat u even weg was en weer binnenkomt, zich onzeker en deemoedig gedragen. Dit betekent dat hij een lage houding aanneemt, en misschien snel weg kruipt naar een veilig plekje. Dit doet hij dan omdat hij geleerd heeft dat het zou kunnen dat u opeens boos wordt, als u binnenkomt. Meestal heeft het feit of de hond deze keer wel of niet weer een plasje op het kleed heeft gedaan heeft met zijn 'schuldige' gedrag dus niets te maken!
Sommige honden leren na verloop van tijd wél verband te leggen tussen uw boosheid en de aanwezigheid van een plasje of ontlasting. Echter: deze honden leren dan weliswaar dat u boos wordt wanneer er een plas op het kleed ligt (daarom gedraagt de hond zich in die situatie onzeker / onderdanig), maar ze leren níet hoe ze de situatie kunnen voorkómen. Het binnen plassen wordt op die manier dus niet minder; het enige dat u bereikt is een onzekere / wantrouwende houding van uw hond ten opzichte van u (in bepaalde situaties). Ook is de mogelijkheid reëel dat het binnen plassen/poepen zelfs toeneemt, omdat de hond onzeker en gestresst is. Onzekerheid/stress leidt tot "aandrang"; ook mensen kennen dit verschijnsel!
Een reden om een pup in het kader van zindelijkheidstraining nooit ("hard") te straffen: het gevaar bestaat dat u de hond (onbedoeld) leert dat u kwaad wordt wanneer hij in uw aanwezigheid plast of poept. Wanneer dit "misverstand" eenmaal ontstaan is, zal de hond ook buiten niet meer willen plassen en poepen, omdat hij een correctie verwacht. De hond zal dan alleen nog "stiekem" (binnen) plassen op momenten dat u niet present bent of niet kijkt. U kunt zich voorstellen dat deze situatie – eenmaal ontstaan – heel problematisch is. Bovendien heeft het sowieso iets oneerlijks een hond te straffen voor iets, waarvan hij nog niet kan weten dat het niet mag. Menselijke baby's en peuters worden immers ook niet gestraft voor onzindelijkheid!
Hoe het wél kan!
U kunt uw hond dus het beste leren dat hij zijn behoefte buiten moet doen, door hem te laten ervaren dat buiten plassen/poepen heel belonend gedrag is; dit in tegenstelling tot binnen. Maak de hond zindelijk door hem dikwijls en op de goede momenten uit te laten, zodat hij buiten leert te plassen op basis van beloning, in plaats van dat hij vooral leert niet binnen te plassen (op basis van straf). Iedere keer dat de hond op een plek waar hij wel lees meer over Zindelijkheidstraining bij honden: hoe het wél en niét moet...


