De opvoeding van een hond, het begint al vroeg!
Een hond opvoeden begint al vroeg. Een deel van de opvoeding krijgen honden namelijk al van de moeder. Deze geeft ze eten en verzorgt de pups, maar draagt ook zorg voor de beginselen van de opvoeding. Dat kan een teef als geen ander. Sterker nog: wanneer een teef niet voor de pups kan zorgen geeft dat later dikwijlsproblemen met het gedrag van de pups. Het erkennen van grenzen en het omgaan met frustratie zijn de lessen die de moeder de pups meegeeft. Dit gebeurt bij het spenen, het moment dat de pups steeds niet zo veel dikwijlsbij de moeder mogen drinken. Omdat ze gewend zijn bij moeder te drinken en ze nu steeds vaker weggesnauwd worden door de teef, raken de pups een beetje gefrustreerd. Gelukkig komt er wel vervanging voor die melk van moeder. In de natuur bij wolven, en bij sommige rashonden braakt de teef voedingsmiddelen op voor de jongen. Meestal is het bij de huishond de fokker die met een vervangende maaltijd komt. Aan dat andere eten moeten ze even wennen, maar wanneer ze het door hebben is dat feest. Dus frustratie opgelost. Een belangrijke les: Leren omgaan met frustratie en leren dat tegenslag niet direct het einde betekent. Vervolgens zijn er tal van dingen die de pups moeten leren. Wat hun eigen soort is en wat niet. Waar kun je sociaal mee om gaan en hoe doe je dat dan. Dit leren de pups in de eerste 12 weken. Heel belangrijk dus die eerste 12 weken, want je zou maar niet leren tot welke soort je behoort. In het latere leven zal dat voor heel veel problemen zorgen. Honden die worden grootgebracht in een schuur en de eerste 12 weken nauwelijks contact met mensen hebben leren bijvoorbeeld niet dat ze met mensen sociaal om kunnen gaan. Deze honden zullen later niet veel van mensen willen weten. Dit geeft al meteen het belang aan van een goede fokker die op een verantwoordelijke manier de pups dit deel lees verder



