Uit het bovenstaande zal duidelijk zijn dat er niet een enkel verschijnsel is, waardoor wij met zekerheid kunnen zeggen dat de kat een schildklierprobleem heeft. Verder onderzoek is dus nodig. Het eerste wat wij doen is een algeheel lichamelijk onderzoek. We letten hierbij op de conditie van het dier, luisteren naar zijn hart en voelen naar de schildklieren in de hals. Als de schildklieren te voelen zijn, zijn ze te groot. Dit betekent echter niet altijd dat er teveel hormoon geproduceerd wordt. Om dit vast te stellen nemen wij een bloedmonster waarin de hoeveelheid schildklierhormoon bepaald wordt. Dit geeft zekerheid over de werking en dus productie van de schildklier.
Twee manieren kunnen gebruikt worden om de ziekte te behandelen. Ten eerste zijn er medicijnen (medicatie) die de hormoonproduktie kunnen af remmen. Het is moeilijk om hiermee weer een normale schildklierfunktie te bereiken en het effect is wisselend. Herhaald bloedonderzoek is nodig om de juiste dosering vast te stellen. Als de behandeling succesvol is moet het dier levenslang medicijnen (medicatie) krijgen. Ten tweede is het mogelijk om de aangetaste schildklier(en) operatief te verwijderen. Dit geeft goede resultaten. De beste oplossing is een combinatie van beide; eerst medicijnen (medicatie) om het dier in een betere conditie te brengen en dan (na +/- 2 weken) opereren. Als een schildklier wordt verwijderd, kan de andere genoeg hormoon produceren voor een normaal leven. Als alle twee klieren eruit gehaald zijn moet de kat meestal levenslang hormoontabletten krijgen. De tabletten kunnen braakklachten en verlies van honger veroorzaken.
De operatie kent naast de gebruikelijke operatierisico's 2 dingen die bijzondere aandacht vragen. In de eerste plaats ligt de bijschildklier tegen de schildklier aan en mag niet mee verwijderd worden, omdat er anders een ernstige verstoring van de kalkhuishouding ontstaat. Ten tweede loopt de stembandzenuw vlak langs de schildklier en ook deze moet ontweken worden. Beide zaken geven bij een zorgvuldige operatie techniek geen problemen. Een zeldzaam probleem is het zogenaamde ectopische schildklierweefsel, dit wil zeggen schildklierweefsel wat zich op een andere plaats dan de gewone schildklieren bevindt. In enkele gevallen kan ook dit weefsel, na verwijdering van de gewone klieren, toch nog teveel hormoon produceren. Opsporing hiervan is lastig, de beste behandeling is dan met schildklierremmers.
Net als bij de hond kan ook bij de oudere kat ‘dementie’ een probleem zijn. Door het minder goed functioneren van de hersenfuncties kan de kat afwijkend gedrag gaan vertonen. Het leer- en aanpassingsvermogen van de kat gaat hierdoor ook achteruit. Het is dan ook een slecht idee een kat op hoge leeftijd een ander thuis te geven. Daarnaast kan de oudere kat onzindelijk worden. Onzindelijkheid kan ook door andere achterliggende oorzaken ontstaan. Een veel gehoorde klacht is het geven van grote brullen in huis (overdag en/of ’s nachts). Eventueel kan medicatie verbetering geven.
Als laastste kunnen hartklachten bij het ouder worden voorkomen. Dit kan door lekkende kleppen en/of hartspierziekte. Slechte werking van het hart kan leiden tot vochtophoping in borst- en buikholte. Dit kan een bemoeilijkte ademhaling en toegenomen buikomvang geven. medicijnen (medicatie) kan de hartfunctie ondersteunen en vocht doen afdrijven.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:www.dierenkliniek-yerseke.tk)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief
Belangrijkste keywords voor De kat op zijn oude dag... : kat, oudere, behandeling, schildklier, dier, medicatie, katten, wordt, suikerziekte, medicijnen, hormoon, hart, schildklieren, vacht, ...


