Kattenleucose, een virus dat enkel katten kan treffen
Kattenleucose heeft niets te maken met leukemie als wij dat bij mensen kennen. Net als bij FIV kan het virus zich inbouwen in het DNA van de kat en kunnen alleen katachtige besmet worden met het virus.In de omgeving kan gelukkig ook dit virus niet lang overleven.Het grootste besmettingsrisico is via het speeksel van een geïnfecteerde kat. Door intensief contact, als likken, vechten, aaien en krolsheid, wordt het virus overgedragen (horizontale besmetting). Minder frequente oorzaken zijn mest, urine en bloedzuigende insecten. Kittens zijn gevoeliger voor infectie met het virus en kunnen deze opdoen gedurende de zwangerschap (verticale besmetting), via de melk of gedurende het likken door een besmette kat. Dieren uit een huishouden met meerdere katten en een mogelijk buitenbeloop lopen meer risico geïnfecteerd te raken.
Na contact met het virus raakt ongeveer driekwart van de katten geïnfecteerd. Meer dan de helft van deze geïnfecteerde katten komen de infectie te boven. Andere zijn levenslange dragers van het virus en kunnen zonder symptomen te hebben het virus jarenlang overdragen aan andere katten. Deze dragers sterven meestal binnen 2 jaar na infectie.
Het leucosevirus kan ziekten veroorzaken welke direct een gevolg zijn van het virus of indirect, als bij kattenaids, door het aantasten van het ziekteafweermechanisme. Hierdoor zijn de symptomen zeer variabel, als tumoren, bloedarmoede,aanhoudende of recidiverende koorts, vermageren, vruchtbaarheidsstoornissen, zenuwsymptomen, oogproblemen,tandproblemen, darmsymptomen,…..weinig reactie ook op medicatie,...
Vaccineren kan wèl, maar de kat moet wel negatief zijn bij vaccinatie. Het beste is om de kat eerst te testen bij de dierenarts vóór de vaccinatie, omdat ze als kitten een infectie met het virus kan hebben opgedaan.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:http://www.debrem.be)


