Belangrijkste keywords voor Praktische informatie over de gerbil : gerbil, mekaar, gerbils, kooi, diertje, vrouwtje, dier, stukjes, bv, talgklier, maanden, graven, blijven, ...
Praktische informatie over de gerbil
1. Inleiding
De Mongoolse gerbil, ook wel woestijnrat of springmuis genoemd, is een vriendelijk, proper diertje dat zeer beweeglijk is. Het diertjes is zowel overdag als 's nachts zeer beweeglijk. Het is een actieve knager en graver. De
gerbil heeft een staartje van 6-10 cm, hij uit zich bij alarm, opwinding en "conversatie' door met de pootjes te roffelen. Plaats nooit volwassen gerbils bij elkaar, ze gaan ongeveer zeker vechten. Alleen wanneer de beestjes van jongs af aan bij mekaar zijn, kunnen ze bij mekaar blijven. Een paartje van gerbils blijft levenslang bij elkaar. De gerbil heeft een grote talgklier bij de navel die een geelbruin smeer met
muskusgeur produceert. De gerbil kan rillend uitgestrekt blijven liggen na vastgepakt te zijn of nadat het diertje in een vreemde omgeving is geplaatst. Het is een soort toeval en het gaat na enige tijd vanzelf over.
2. Huisvesting
Doordat de gerbil altijd wel aan het
knagen of
graven is, heeft hij een kooi van hard kunststof, minstens 70 x 35 x 35 cm groot, nodig. De kooi moet bovenaan voorzien zijn van gaas of met tralies worden afgesloten, omdat de gerbil er anders gemakkelijk uit kan springen. Hierin wordt op kranten of kattengrit een dikke laag houtkrullen, hooi of stro aangebracht waarin de diertjes kunnen graven. Wat droog zand (geen vogelschelpezand) in de hoek van de
kooi kan gebruikt worden als zandbadje, waar de gerbil graag gebruik van zal maken. Alles waaraan geknaagd kan worden is welkom, als knaagartikelen uit de dierenspeciaalzaak, kartonnen kokertjes, doosjes van karton en ongeverfd hout. Gerbils fabriceren maar heel niet veel urine, het is daarom genoeg om de kooi één keer per week of per 14 dagen goed proper te maken. Gerbils voelen zich het prettigst bij
kamertemperatuur en in droge lucht (luchtvochtigheid < 50%). Ze hebben een talgklier onder de navel waarmee ze een vettige stof op voorwerpen smeren oor er met de buik overheen te wrijven. Dit wordt, samen met de urine en de ontlasting (stoelgang) gebruikt om het territorium af te bakenen. Oppakken gebeurt met de volle hand om het lichaam. Agressieve dieren kunnen aan de staartbasis worden gepakt, nooit aan de staartpunt, want de huid om de staart kan loslaten.
3. Voeding
Knaagdierkorrels (bv ratten- of muizenkorrels), zo vetarm mogelijk, hamsterkorrels of gemengd cavia- en
konijnenvoer met zonnebloempitten. Dit laatste niet te veel om niet gevarieerde voeding te voorkomen. Daarnaast kunnen de volgende voedselsoorten
lees meer over Praktische informatie over de gerbil