- Crossocheilus (vroeger Epalzeorh inch ussiamensis, twee baarddraden aan de muil, zijstrepen tot aan de staartwortel, scholenvis). Deze soort is verdelger nummer één voor alle draadvormige algen. Door bijvoedering met te veel visvoer worden de volwassen exemplaren echter makkelijk te lui. Niet verwarren met de grondbarbeel (E.kallopterus, vier baarddraden, doorlopende strepen, scholenvis), die veel niet zo veel algen verdelgt.
- Meervallen van de geslachten Ancistrus, Peckoltia en Otocinclus (gevoeliger dan alle twee andere). Harnasmeervallen hebben een stuk hout in het water nodig om hun behoefte aan cellulose te dekken. De vaker aanbevolen Plecostomus (Hypostomus) punctatus wordt met zijn meer dan 30 cm te groot voor de meeste aquaria.
- levendbarende tandkarpers, als de molly (Poecilia sphenops), het plaatje (Xiphophorus maculatus), de gup (Poecilia reticulata) en zwaarddrager (Xiphophorus helleri)
- Bij de baarzen: Tropheus duboisi, Herotilapia multispinosa en verschillende Pseudotropheus-soorten
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:http://users.telenet.be/eric.huys)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief



