Verzorging van hagedissen
Inleiding
Er bestaan ongeveer 3000 soorten hagedissen verspreid over de hele wereld, maar de meeste komen voor in de (sub-) tropen. De grootste families zijn de agamen, basilisken, 'echte hagedissen', gekko's, kameleons, leguanen, skinken en varanen.
Huisvesting
Mannelijke hagedissen zijn dikwijlsagressieve territoriumvormers. Voorkom stress door concurrentie om voedsel, vrouwtjes, schuilplaatsen en plaatsen voor eileg te vermijden. Plaats dan ook slechts één man per terrarium en maak minstens één schuilplaats en één opwarmplaats per hagedis. Stress verminderd namelijk de weerstand tegen infecties.
Voeding
De meeste hagedissen zijn rovers en alleseters, maar het kan van soort tot soort enorm verschillen. Veel kleine hagedissen eten voornamelijk kleine insecten (fruitvliegjes, huisvliegen, motten, etc.), maar eten dikwijlsook fruit. De meeste grotere hagedissen eten graag grotere prooien (krekels, sprinkhanen, nestmuizen). Groene leguanen hebben een duidelijke voorkeur voor plantaardig voedsel. De meeste kameleons en varanen eten alleen dierlijk voedingsmiddelen (carnivoren). Hagedissen die voornamelijk planten eten (herbivoren) , zoals bijv. een groene leguaan krijgen darm- en nierstoornissen als ze te veel dierlijke eiwitten krijgen.
Geslachtsonderscheid
Mannetjes hebben dikwijlsgrotere en duidelijkere rugkammen, keelzakken, fellere kleuren en zijn dikwijlssteviger gebouwd. Ook vertonen ze dikwijlsmeer pronk gedrag zoals met de kop knikken en zwaaien. Net als bij slangen hebben ze een verdikte staartwortel doordat de hemipenissen zich daarin bevinden. Op de binnenkant van de dijbenen zitten de femoraalporiën (niet bij skinken), die in de paartijd bepaalde geurstoffen produceren. Deze zijn bij mannetjes meestal groter dan bij de vrouwtjes. In de staartwortel liggen de hemipenissen bij de mannetjes en kunnen tot 2 maanden leeftijd worden "gepopt", dat wil zeggen dat de hemipenissen naar buiten komen, door net onder de cloaca te duwen naar boven. Komt de hemipenis niet naar buiten, dan is de hagedis waarschijnlijk een vrouwtje. De vrouwelijke dieren hebben een ondiepe cloaca. Dankzij deze eigenschap kan het geslacht bepaald worden middels sonderen. Bij de mannetjes kan de sondeer naald verder (in de hemipenis) naar binnen worden geschoven.
Paring
Het mannetje bijt meestal het vrouwtje in de nek of in de flank en duwt zijn cloaca tegen die van het vrouwtje en brengt één hemipenis naar binnen, zo'n paring kan enkele seconden of minuten duren. De eieren worden het liefst in vochtige aarde of zand gelegd. Nadat de eieren zijn uitgekomen kan men de jongen het best apart opfokken, omdat de moeder de jongen als voedingsmiddelen aan ziet. Geef ze meerdere malen wat voeding verspreid over de dag en sproei regelmatig met wat water, zodat ze de druppels kunnen drinken.



