Het houden van een huiskat impliceert meestal ook het schoonmaken van een kattenbak en daardoor ook eventueel contact met de kattenfaeces. Uit het huidig onderzoek bleek echter evenmin een verschil in seroprevalentie te bestaan tussen kattteneigenaars en zij die geen kat bezitten. In gelijkaardige studies in Europa en de Verenigde Staten werden meestal geen verschillen in prevalentie tussen alle twee populatiegroepen gevonden. Nochtans is de besmettingsgraad met Toxoplasma gondii bij huiskatten vrij hoog. Op de leeftijd van 2 jaar heeft tussen de 50 en 60 procent van de katten de infectie doorgemaakt.
De reden van de geringe overdracht van de huiskat op de eigenaar moet gezocht worden in de hygiëne die in de meeste huizen onderhouden wordt. Kattenfaeces wordt meestal verwijderd vooraleer de oöcysten de mogelijkheid gekregen hebben om te sporuleren (besmettelijk te zijn). Bovendien is het ook zo dat een kat die antistoffen gemaakt heeft eigenlijk geen oöcysten meer uitscheidt. In tropische landen verhoogt het risico op infectie met Toxoplasma gondii. Het warme en vochtige klimaat zorgt er voor een snelle sporulatie van de oöcysten, bovendien zijn de huizen er meestal onhygiënisch. In Costa Rica bv. vond men in de huizen in 19,5 procent van de keukens en 15 procent achter versieringen resten van kattenfaeces. Op de leeftijd van 10 jaar zijn in dat land reeds meer dan 40 procent van de kinderen seropositief, terwijl infectie door weefselcysten er naar alle waarschijnlijkheid minder voorkomt vermits het vlees er meestal goed doorbakken gegeten wordt.
De infectie van het milieu is ook verantwoordelijk voor de hoge prevalentie van Toxoplasma gondii bij herbivoren. Serologisch onderzoek bij Belgische runderen en schapen toonde aan dat respectievelijk 72 en 80 procent van deze dieren positief zijn voor Toxoplasma antistoffen. Varkens zijn minder frequent seropositief van 19 tot 50 procent en in de meeste Westerse landen wordt een daling van de seroprevalentie waargenomen bij deze diersoort, naar alle waarschijnlijkheid door het meer gesloten houden van varkensbedrijven en het gebruik van silo's om het voeder op te stapelen, waardoor contaminatie met kattenfaeces onmogelijk wordt.In een uitgebreide studie in Frankrijk kwam men tot dezelfde vaststelling. Verhitten van vlees doodt de aanwezige weefselcysten, hiervoor zijn 15 à 20 minuten nodig bij een temperatuur van 60°C, en 5 minuten bij een temperatuur van 160 tot 170°C. Bij gewone koeltemperatuur (4°C) blijven de cysten minstens 3 weken actief. Bewaring aan -15° tot - 20° doodt alle weefselcysten.
Besluit
Alhoewel de huiskat ook in gematigde streken als België ontegensprekelijk onmisbaar is in het sluiten van de cyclus van Toxoplasma gondii, zijn humane besmettingen bijna nooit afkomstig van rechtstreeks contact met deze diersoort.
Zwangere vrouwen houden rekening met:
- Strikte hygiëne van de kattenbak. Dagelijks verversen of laten verversen en ontsmetten. Oöcysten worden immers pas besmettelijk nadat ze 2 à 5 dagen in de buitenwereld zijn. Aan katten wordt best geen rauw vlees verstrekt.
- Een serologische (bloed) en eventueel coprologische (faeces) controle kan aantonen of de kat immuum is en geen oöcysten meer zal uitscheiden.
- Het werken in de tuin gebeurt met handschoenen, daarna de handen flink borstelen met water en (ontsmettings)zeep.
- Groenten altijd grondig reinigen vóór consumptie.
- Het risico van infectie door vlees kan men beletten door het vlees genoeg te verhitten, maar ook door het te diepvriezen. Minstens 3 dagen bewaren aan -15 tot -20°C doodt alle weefselcysten. Bij gewone koeltemperatuur (4°C) blijven de cysten minstens 3 weken actief.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:http://users.pandora.be/coordinatie.dierenbescherming.antwerpen1)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze nieuwsbief
Belangrijkste keywords voor Toxoplasmose, de kattenziekte! : toxoplasma, oöcysten, vlees, katten, kat, infectie, gondii, personen, besmet, kattenfaeces, rauw, eten, à, ...


